| De (Vlaamse) kerkprovincie Mechelen-Brussel (met het aartsbisdom Mechelen-Brussel en de bisdommen Antwerpen, Brugge, Gent en Hasselt) kiest bij de herziening van het lectionarium voor een andere aanpak dan de Nederlandse rooms-katholieke bisschoppen. In een interview in Tertio licht Jeroen Heiremans, algemeen secretaris van de ICL, de overgang naar het nieuwe lectionarium toe.
Opvallend is de keuze voor de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV21). Waar de Nederlandse rooms-katholieke bisschoppen het bestaande lectionarium aanpassen, kiezen hun Vlaamse collega’s vanwege de toegankelijkheid voor de NBV21. ‘Deze vertaling blijft niet alleen dicht bij de brontekst,’ zei bisschop Lode Aerts daarover, ’maar zet ook hedendaags taalgebruik in om de Bijbel dichter bij onze tijd te brengen.’ Voor gebruik in de rooms-katholieke liturgie wordt de NBV21 wel op verschillende punten aangepast. Daarbij staat de voorleesbaarheid nadrukkelijk voorop. ’Tijdens alle fasen van het vertaalproces werden teksten hardop voorgelezen en beluisterd’, zegt Heiremans. Er werd daarbij gelet op taalgebruik, zinsopbouw, samenhang en begrijpelijkheid. Op die punten schiet het nieuwe Nederlandse lectionarium wel eens tekort. Ook de introductie van de nieuwe uitgave krijgt binnen de ICL de nodige aandacht. Het gaat daarbij om meer dan de vorming van lectoren. ‘De invoering biedt parochies en geloofsgemeenschappen de kans om de hele liturgie van het Woord opnieuw onder de loep te nemen’, aldus Heiremans. ‘De invoering raakt daarom niet alleen de lectoren, maar ook voorgangers, diakens en cantors – ja, de hele vierende gemeenschap.’ Het komende Liturgisch Congres, op maandag 9 en dinsdag 10 november 2026 in Oostende, staat in het teken van de invoering van het nieuwe lectionarium. Twee dagen lang is er ruimte voor verdieping en ontmoeting rond Gods Woord in de eucharistie, met lezingen, uitwisseling, gebed en muziek. Inschrijven voor het Liturgisch Congres kan tot 31 oktober. |



